Achtergrondinformatie over de geografie van Peru met kaarten en leuke informatie.

Hieronder vindt u drie kaarten van Peru, die u tezamen een goed beeld geven van de ligging.

     

Veel leuke informatie over Peru met o.a. Peruaanse liederen (tekst en zang), video's van Peruaanse dansen en nog veel meer vindt u op The cultures of the Andes  WEB-site  van Ada en Russ Gibbons.

Bijzonderheden over Peru 

Peru is na Brazilië en Argentinië het grootste land van Zuid-Amerika.
Geografisch is Peru verdeeld in 3 delen:
1. de woestijnkust van noord naar zuid in het westen
2. de Andesketen, ook van noord naar zuid.
3. evenzo het tropenwoud, landinwaarts, maar het grootst in oppervlakte.  
De hoogste top van de Andesketen is de Huascarán. Deze bergtop is 6768 meter hoog.
Het Andesgebergte vormt de scheiding tussen de droge kuststreek in
het westen en de hete regenwouden in het oosten.
Peru heeft een oppervlakte van 1.285.216 km² en de hoofdstad is Lima.

Het klimaat:
Peru ligt op het zuidelijk halfrond in de tropen. Langs de kust en in de
oostelijke gebieden is warm. Dit in tegenstelling tot het Andesgebergte.
Daar zijn de bergtoppen boven 5000 meter met sneeuw bedekt.
Dichte regenwouden, die selva's worden genoemd, bedekken uitgestrekte
gebieden. De rivieren bieden de enige mogelijkheid om toch op reis te kunnen gaan.
In Peru komen veel aardbevingen voor die grote schade veroorzaken.
De zwaarste aardbeving sinds eeuwen was op 31 mei 1970 in het midden van Peru.

Door de geografische ligging, dicht bij de evenaar, kun je moeilijk spreken
van winter of zomer. Het hele jaar door is het er warm, met uitzondering van
la Sierra of het Andesgebergte, waar het vooral 's nachts tot onder nul kan
afkoelen. Seizoenen zijn afhankelijk van regen- of droogseizoen. Dit is op zijn beurt dan weer afhankelijk van de plaats in Peru. Aan de kust regent het doorgaans in juli, augustus en september. Stel je er niet veel van voor.
De kust is hoofdzakelijk woestijn waardoor regen zich beperkt tot een paar
uur motregen of een zeldzame bui van een uurtje.

Op vele plaatsen regent het zelden, zoals in het noorden (tropisch warm het
hele jaar door) of op een aanzienlijk aantal plaatsen gelegen tussen zee en
Sierra, waar door een samenspel van de hoogte der Andes en de koelte van
de zee nooit neerslag valt. In het merendeel van de Sierra en la Selva regent
het tussen december en april. In de Selva beperkt zich dat tot tropische buien
van een half uurtje tot een uur en kan het rivierniveau meters stijgen, echter
in de Sierra kan het uren stortregenen. Door de aangename temperaturen is een
bezoek aan Machu Picchu in het regenseizoen perfect mogelijk, maar neem zeker
regenkledij mee. In het algemeen kan Peru het hele jaar door bezocht worden.
Extreme weersomstandigheden komen zo goed als nooit voor.
De bevolking:
Bijna de helft van de Peruaanse bevolking bestaat uit Indianen.
Ongeveer 10% is van Europese afkomst. Van de honderd Peruanen stammen
er drieënveertig af van gemengde Indiaanse en Europese voorouders.
Zij heten Mestiezen. Verder wonen er nog kleine groepen van negers en mensen
van Aziatische afkomst zoals Chinezen en Japanners.
De officiële taal is Spaans, Quechua (een oude Inca-taal) en Aymara zijn
de belangrijkste nog in gebruik zijnde Indianentalen.

De Kerk:
De Spanjaarden brachten het Christendom naar Peru. 95% is Rooms-katholiek.
De andere 5% is protestants-christelijk.

Scholen:
De leerplichtwet in Peru bepaalt dat alle kinderen tussen de zes en vijftien jaar
naar school moeten. Op de staatsscholen is het basis- en voortgezet onderwijs
gratis, maar in de praktijk betekend dat, dat al het materiaal voor de leerling
door de ouders zelf aangeschaft moet worden. Rijke ouders betalen graag heel
veel geld om hun kinderen naar mooiere scholen te laten gaan. De beste scholen
zijn in de steden te vinden.
Ondanks de inspanningen van de regering is door gebrek aan scholen en
leerkrachten nog steeds 15% van de bevolking analfabeet.

Muziek:
Peruanen besteden veel vrije tijd aan muziek en dans. Veel Peruanen luisteren
naar de radio, en tegenwoordig ook TV. De folklore gaat in de steden steeds
meer verloren en wordt alleen op feestdagen "nagespeeld".

Toeristen:
Godsdienstige en heidense feesten zijn belangrijke gebeurtenissen. Rijken en armen dragen dan hun mooiste kleren. Toeristen vinden die feesten, het prachtige natuurschoon en de mooie historische plekjes prachtig. Het geld dat toeristen in Peru besteden is erg belangrijk.

WERKEN IN PERU
Landbouw:
In Peru werken ongeveer twee van vijf mensen in de landbouw.
De belangrijkste voedingsgewassen zijn bananen, bonen, maïs, aardappelen,
koffie, rietsuiker en rijst. De meeste boeren en hun arbeiders zijn arm.
Ze werken op bedrijven kleiner dan 1 hectare. De meeste rijke mensen wonen in de steden, zijn handelaren, grootgrondbezitters, investeerders en exploitanten. Veel landarbeiders wonen en werken op grote boerenbedrijven,
veelal coöperaties. Alles wordt samen gedaan en de opbrengsten worden verdeeld.
Katoen, koffie en suiker worden uitgevoerd. Voor de voedingsgewassen is
niet meer dan 2% van de Peruaanse bodem in gebruik.
 
Veeteelt:
Veertien procent van Peru bestaat uit grasland. De veeboeren houder er rundvee, geiten en schapen. De veeteelt levert te weinig vlees en zuivelproducten
voor de bevolking op. In het centrale hoogland van het zuiden zijn lama- en alpaca- fokkerijen. Deze dieren leveren wol en huiden, waarvan kleding en leer wordt gemaakt en geëxporteerd.
De lama wordt ook als lastdier gebruikt.

Bosbouw:
Regenwouden bedekken 55 procent van de Peruaanse bodem. De bosbouw in
het Amazonegebied is erg belangrijk. Het hout wordt per boot naar de zagerijen
vervoerd. Verreweg het meeste hout wordt als brandstof gebruikt. Ook de papier-
en meubelindustrie heeft veel hout nodig.
Er heerst een stille strijd tussen de herbebossers en de hardhoutindustrie.
Laatstgenoemde heeft nog steeds een voorsprong in het nadeel van het regenwoud.

Mijnbouw:
Peru is rijk aan delfstoffen. Koper, ijzererts, lood, olie, zilver en zink worden
in de Peruaanse mijnbouw gewonnen. In de fabrieken worden de metalen
gezuiverd, of ruw uitgevoerd, in de meeste gevallen door buitenlandse exploitanten.
Verder worden er olieproducten, staal, textiel en levensmiddelen gefabriceerd.
 
Huisvlijt:
Om wat extra te verdienen maken veel Peruaanse gezinnen hun eigen "werk". Huisvlijt in de vorm van allerlei gebruiksvoorwerpen, worden op de markt aan de man gebracht. Ook hebben veel armen een handeltje in water, blikjes frisdrank of een "dagmenu" langs de weg. Dit wordt vaak door kinderen gedaan. Het is een belangrijke bron van inkomsten voor veel gezinnen.
De creativiteit om werk te maken is groot, het effect voor een efficiënte huiseconomie klein.