Met de belevenissen van de dokterspraktijk Bethesda voor peru.

Rondzendbrief nummer 17 / maart 2007

DEZE RONDZEDBRIEF IS ALLEEN OP INTERNET GEPLAATST
             
                                        
 Voor een groen rijstveldje.

Beste familieleden, vrienden, bekenden en verdere lezers waar dan ook, 

Op de vooravond van kerst (hier de hoogtij-nacht van het kerstfeest) kwam de dokter niet alleen met een gegrilde varkensdij op een grote ovenplaat binnen, maar er kwam ook bezoek mee uit Chepén. ‘Ja, hij is meegekomen om bij ons Kerstfeest te komen vieren.’

Er staat een flink uit de kluiten gewassen tiener van 15 jaar achter de dokter. Ik ken hem wel. Carlos. Het is de enige zoon van een serieuze dagloner, die wel eens voor ons werkt. Zijn moeder overleed vlak na zijn geboorte, en zijn pleegmoeder heeft hem met 200 % toewijding grootgebracht. Zijn vader heeft ook altijd al het mogelijke gedaan om hem niet alleen naar school te laten gaan, maar ook eens wat extra’s te kunnen toestoppen.

Maar de tienerjaren vallen hard. Opa is een grote onruststoker. Opa verdient beter dan pa, en geeft hem mooie kleren, een GSM, etc, etc, en zegt dat hij maar bij hem moet blijven wonen, daar is het beter dan in die armoe thuis. Tot in het bureau ‘rechtsbijstand’ zoekt opa dit uit. Als Carlos hem assisteert in de zwarte magie sessies, vangt hij ieder keer ook een flinke fooi. Dat lijkt hem. Dan hoeft hij ook niet meer naar school, waarom??

De ouders zitten in zak en as. In opa’s wijk zwerven veel jongens van een bende van 35 leden rond, en nu was hij uitgenodigd op hun kerstparty, waarna ze de tegenbende op zouden gaan zoeken. Dat zou zeker vechten worden. Het jaarfeest van Chepén is afgelast, omdat er een week eerder in het naastgelegen dorp een confrontatie was tussen de twee bendes. 40 gewonden door hoofdzakelijk glassneden, door kapotgeslagen bierflessen veroorzaakt.
De ouders kwamen naar Betesda om raad. Dat was al eerder gebeurd, en ze waren al overgebracht naar de zorg van de plaatselijke protestantse kerk voor geestelijke rust en bescherming.  

  
    In de woonwijk van Carlos’ opa.

Omdat Carlos José ook goed kende, zocht de dokter hem op, en nodigde hem uitnaar Trujillo te komen.

Het kerstfeest in de kerk bezochten we samen, Carlos werd hartelijk welkom geheten en met gebed omringd. Kerst was mooi zo samen. Het ontbrak hem aan niets. We gingen naar het strand en de dokter praatte en praatte met hem.
Samen gingen ze in de nieuwe werkweek weer terug naar Chepén.
Eén confrontatie was ontlopen, Carlos was even helemaal uit zijn omgeving geweest om zijn situatie te overdenken. Maar nu moet hij zelf kiezen en verder.
God weet hoe hij op het goede spoor mag komen. Voorbeden gevraagd voor hem, zijn ouders, opa en omgeving.

Het Aidshulpprogramma.

Eerst wat over Ana en haar gezinnetje: Door de verplichte nasporingen waar zij en/of haar man besmet kunnen zijn geraakt, is eruit gekomen, dat het zij vroeger van een vriend heeft gehad, die onderwijl al overleden is aan de ziekte. Dat is een zeer harde dobber voor haar man, die niet alleen maar drager is, zoals zij, maar dus regelmatig al erg ziek. Ana zorgt zoveel ze kan voor hem. Soms scheld hij haar het huis uit. Menselijk gezien is zij zijn vroegtijdige doodsoorzaak. Bid mee voor hemelse vrede voor ieder in dit gezin.

Dank voor de  financiële steun hiervoor: Ana’s gezin is hierdoor gegarandeerd van medische hulp en verder is er de verpleegster Lola, die in Chepén de leidster is van de regerings infectieziekteprogramma's. Ze is ook Betesda’s contactpersoon geworden in dit onderwerp, en heeft een klein donatieschrift gekregen waarin alles staat waar het voor gebruikt wordt.
LoLa is een struise tante, van oorsprong uit de bergen. Als vrijgezel laat ze zich door niemand van de sokken praten en ze weet waar ze voor staat: voor haar werk.

De opsporing en /of nasporing van besmette patiënten vraagt om veldwerk.
Het betreft : TBC, geslachtsziekten, en Aids. Regelmatig is ze te vinden in het bordeel, of in de discotheken om rond middernacht patiënten die hun afspraak niet nakwamen, ‘aan de oren’ weer bij hun behandeling te trekken, en nieuwe personen op te zoeken die door patiënten aangewezen zijn als hun mogelijke besmettingsbron.
Dapper en bewonderingwaardig werk.

Maar nu zijn we weer bezorgd, want gisteren bleek dat háár moeheid gepaard gaat met opgezette lymfeklieren, en nu is ze acuut met ziekteverlof voor onderzoeken.
Voorbeden gevraagd, dat het van tijdelijke aard mag zijn.

Er zijn veel dingen die verband houden met de gezondheid in de breedste zin van het woord:
-De productie van voedingsmiddelen,
-de verdeling van de landbouwgronden,
-het onderwijs,
-hoe de mensen zich onderling gedragen.
Als hier geen goede balans in zit, veroorzaakt dat ziekten, en gelijktijdig verarming. En de balans zit er in Chepén nog helemaal niet in. Grote werkloosheid en ongeschooldheid onder de jeugd. Zoveel dagloners zonder eigen land. Drank en drugsgebruik, jeugdbendes.
En zij die het land bebouwen, doen dat nog veel op weinig vooruitstrevende noch ecologisch verantwoorde manier.

We reden vorig jaar eens over de akkers en weer waren de gronden allemaal schoongebrand. Dat is een verarming van de aarde. Al tien jaar, zei ik, en nog gaan ze door met afbranden na de oogst. Ja, antwoordde de dokter, en in de weken dat de één na de andere akker ‘schoon’ gebrand wordt, is de luchtvervuiling schrikbarend. Het aantal patiënten met astma en allergieën dat naar Betesda komt, stijgt opvallend die dagen.

Zonder het eerst te weten, was het niet meer in dovemans oren gevallen: alleen voorbeeld doet hier volgen, dacht de dokter. Er schijnt geen andere weg te zijn, want het idee om al pratend, en pratend met de boeren dat ze samen eens een maïskneuzer moesten installeren om van het maïsgroen veevoeder te maken, (daar kunnen ze vee van mesten ) was nooit opgepakt.

Een apart agrarisch project werd door hem opgezet. Ten eerste heeft dat er vorig jaar toe geleid dat er 3200 werkdagen gecreëerd werden, dus 3200 daglonen, dat is 3200 families die zelf voor een dag goed te eten hebben verdiend.
Vervolgens werd opdracht gegeven, dat na de kolvenverzameling het maïsgroen niet verbrand mocht worden. Maar het werk was op huurland, en de eigenaar die dat van ver af hoorde was helemaal niet gesteld op iets nieuws, door een arts geleid, en nog wel op zijn land. Stiekem liet hij in een hoek het vuur erin zetten. vuur
        

Gelukkig kon het grootste deel gespaard blijven, en dat werd verzameld op een terreintje, dat een 84-jarige oude vriend van de dokter voor een jaar beschikbaar heeft gesteld, omdat deze om gezondheidsredenen bij zijn kinderen ging wonen. Daar staat nu een maïskneuzer die deze maand februari in gebruik is genomen. Hij verwerkt 1000 kgper uur. De maïsstengels worden handmatig in de kneuzer geleid en aan de andere kant opgevangen.

 

Robert en onze Fidel, allebei 3 jaar. Zie het verschil in  grootte! 

Dat is werk voor o.a  Daniel, vader van o.a. Robert. Als gezin wonen ze meteen vrij erbij in het huisje als bewakers. Dit projectje staat los van buitenlandse fondsen, maar het gaat ten eerste om goed landgebruik en werkverschaffing, en is zoals gezegd, nauw verweven met armoedebestrijding en gezondheid, en daarom als illustratie dit keer genoemd.

Met Cintia uit rondzendbrief 9 is het heel fijn gelopen. Na haar depressie raakte ze verliefd, verloofd, en ze is nu gelukkig getrouwd met  een lieve jongen en er is een baby'tje geboren. Ze wonen nog bij de schoonfamilie, maar die zijn erg aardig. Ze mogen samen leven in de wetenschap dat het echte geluk van boven af, door God, geleid wordt.
Af en toe komt ze even in Betesda hallo zeggen.

Familieleven:

Gijs en Alida gingen om de beurt een paar dagen met hun vader mee naar Chepén als vakantie-uitje. Ze ‘hielpen’ hem in Betesda met groot enthousiasme.

Oma kwam over uit Nederland, en werd met het ‘Wilhelmus’ door Gijs op het orgel gespeeld, verwelkomd. Alida deed een balletdansje zo goed als dat lukte in de huiskamer. Fidel sprak haar – in het Spaans – toe…  Wat hadden ze veel bij te spijkeren. Zien is toch anders dan horen.

We genoten onder warme temperaturen in deze tijd van het jaar (weken was het 30 graden in huis), van dagelijkse bezigheden en ook van wat uitjes. Dit keer naar Mancora, een heerlijk strand-oord (zie internet) waar de golven ons uitnodigden te bodyboarden, en het zeebanket goed smaakte.

Gijs en Alida zijn goede zeezwemmers geworden. Er komt hier veel  toerisme om te surfen op de oceaangolven. Fidel is vermakelijk apart. Met zijn nog maar 3 jaren, duikt hij prachtig en zwemt korte afstanden en doet een uur mee op eigen kracht met de groten in een zwembad van 1 meterdiep.

Nederlandse les blijft extra voor hen, Fidel kan nu ermee beginnen, nu hij met Spaans op gang is. Dat is heel wat werk voor 3 kinderen nu, naast hun vele interessen en hobby's. Ze kiezen, en in maart begint de gewone school ook weer, en wordt er een nieuw schema gemaakt. Full.

Kerk

Na Fidel’s geboorte had ik geen vaste taak meer in de kerk (in Trujillo) aangenomen, om de afstand die het van ons huis af ligt, en de familie die veel nodig had. Maar er was geen zondagsschooljuf voor de kleuters in deze kerk in opbouw, die IEPP Manuel Arevalo heet. En als het je als klein kind niet op jou niveau verteld wordt, wanneer en hoe dan wel? Dan lopen die kleintjes er maar verloren tussen, en dus ben ik toch weer actief in het hele kinderwerk. In maart is de bijbelvakantieclub. Mogen er meer arbeiders in het kinderwerk komen.

      
  Oma op de vrouwenvereniging.                       Amerikaans ontwerp van de kerk in aanbouw

Onder leiding van een Amerikaanse zending wordt de kerk verder gebouwd en ook staan naast de kerk al de fundamenten van een kliniek. Oma heeft veel foto’s gemaakt, leidde twee weken het kaarten maken (de Dikky Pofferts modellen) op de vrouwenvereniging, at dapper konijn, gans, geit, en nou ja, vraag haar maar hoe of wat, want ze heeft veel verhalen om te vertellen. Fidel zei – in het Spaans J – door de telefoon tegen oma, die weer in haar eigen huis zat: U moet weer komen, oma.”  Een oma is iets moois voor kinderen.

Hartelijke groet,